bijzondere sociale situaties:Ik schaam me niet: Bieke is 15. Ze gaat zoals iedereen naar school maar woont in een home. “Als ik bij mijn moeder op bezoek ben, zeg ik bij het afscheid soms onbewust 'ik ga naar huis'. Dat home is mijn thuis.” Bieke doet haar verhaal in het magazine Klasse en op de website.
Wie neemt een puber op in zijn gezin?
“Ik was twaalf toen mijn vader een nieuwe vriendin kreeg. Hij koos voor haar en haar kinderen. Mij stuurde hij terug naar mijn moeder. Dag ma! Ik had haar al maanden niet meer gezien. Ik had niks bij me. Geen schoolgerief, geen identiteitskaart, geen geld, geen kleren. Mijn moeder wist niet wat te doen en het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg nam het van haar over. Een pleeggezin hebben ze voor mij niet gevonden. Als je vijf bent, is dat makkelijker dan in 't begin van je puberteit. Wie wil je dan in zijn gezin? Het werd dus een home.
Om 12 uur terug.
't Is zoals in een internaat. Iedereen heeft z'n eigen taak en er zijn strikte afspraken over vrije tijd en schoolwerk en over opstaan en slapengaan. We mogen pas vanaf zestien uitgaan. Ik moet dus nog een jaar wachten. Om middernacht moet je weer 'binnen' zijn, dus nog voor de fuif echt begint, moet je de bus halen. Instellingsjongeren hebben geen pa of ma die hen met de auto komt ophalen. En ja, streng zijn ze hier wel, maar een strenge opvoeding vind ik beter dan helemaal geen.
Zot van liefde.
Thuis heb ik nooit veel affectie gekregen. Ik zocht het dan maar elders: op m'n twaalfde had ik mijn eerste lief. In het home mis ik ook liefde en aandacht. De begeleiders moeten zich verdelen over alle jongeren in de instelling. Als je je niet goed voelt, vrŕgen ze eerst of ze je een knuffel mogen geven. Dat geeft toch een ander gevoel dan de spontane troost van je moeder. Dieren geven ook veel liefde. Ik ben gek op paarden. Voor ik hier belandde, had ik een paard in de manege. Het heette Ivresse d'amour; dat betekent zot zijn van liefde. In die tijd was ik echt gelukkig. Mijn paard ben ik ondertussen kwijt. Ik droom ervan om nog eens te galopperen en trektochten te maken.
De hele wereld achter je.
Ik denk niet dat het nog ooit echt goed komt met mijn ouders. Ik heb geprobeerd hen uit mijn leven te wissen, maar dat lukte niet. Ik ging er helemaal onderdoor. Ik heb trouwens ook enkele goede herinneringen. Kleine dingen: samen paardrijden, naar de winkel gaan, babbelen en lachen met elkaar. Het haalt niets uit te blijven treuren. Maar het is niet gemakkelijk: de hele wereld mag achter je staan, als je ouders je niet kunnen steunen, mis je toch iets.
Drugs en diefstallen.
Ik zeg altijd eerlijk dat ik in een home verblijf. Ik schaam me niet. Op school doen ze er gewoon over. Mijn klasgenoten aanvaarden mij en ik kan ook bij de leerkrachten terecht. Nochtans denken sommige mensen dat je uitschot bent als je in een home woont. Dat je aan de drugs zit of diefstallen hebt gepleegd. Nu zal dat bij sommigen wel het geval zijn, maar ik zit hier om heel andere redenen. Van vooroordelen en geroddel kríjg ik het. Ik begrijp dat mensen nieuwsgierig zijn, maar niet dat ze achter mijn rug verhalen verspreiden. Als je wil weten hoe het met mij zit, vráág het dan!
Alleen de toekomst telt.
Soms vraag ik me af: waarom zit ik hier? Ik heb er wel mee leren leven. Ik bijt die paar jaar in het home nog wel door, al verlang ik naar vrijheid. Voor mij is er alleen nog toekomst. Ik kijk niet meer naar het verleden, omdat ik weet hoe moeilijk het mij valt. Mijn leven moet nog beginnen: ik wil een leuke job, kinderen, een spaarpotje, een paard. Misschien word ik bejaardenhelpster, of ga ik werken in een opvangtehuis voor buitenlandse vrouwen. Zo wil ik mensen met problemen helpen en de samenleving beter maken.”
Hoe kom je in een home terecht?
Jongeren zoals Bieke, die opgroeien in een 'problematische gezinssituatie' kunnen een beroep doen op het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg. Dat Comité bekijkt het probleem, samen met de ouders en de jongere. Er zijn verschillende mogelijkheden: een pleeggezin, thuisbegeleiding, opvang in een dagcentrum, zelfstandig begeleid wonen, een open instelling of home. Er zijn ook jongeren die door een misdrijf in contact komen met het Comité of met de jeugdrechtbank. Deze jongeren komen vaak in een gesloten instelling terecht. Jaarlijks worden zo'n 6.500 jongeren begeleid door een (lokaal) Comité voor Bijzondere Jeugdzorg
Heb je het gevoel dat het thuis niet meer gaat? Deze organisaties bieden je informatie en hulp:
1. Het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) op je school.
2. De Jongerentelefoon: 078 15 14 13 (elke dag - behalve op zon- en feestdagen - van 16 tot 20u)
3. Het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk: 03 366 15 40
4. De Jo-lijn: 0800 90033 (op maandag van 9 tot 13u en op woensdag en vrijdag van 13 tot 18u, voor informatie over bijzondere jeugdzorg)
http://www.klasse.be
|