dood:Iedereen kan zelfmoordpreventie leren: Hallo, jij bent de laatste met wie ik spreek. Als ik 25 slaappillen neem, ben ik dan zeker dood? Ik zie het niet meer zitten? Heeft het nog zin?
Al 25 jaar doet het Centrum ter Preventie van Zelfmoord (CPZ) aan crisisinterventie via de telefoon. In die periode werden bijna 400 vrijwilligers opgeleid in zelfmoordpreventie. Jaarlijks krijgt de Zelfmoordlijn (02/649.95.55) meer dan 6.000 oproepen te verwerken.
1. Denk je dat mensen die echt zelfmoord willen plegen, eigenlijk nog wel bellen? Doen zij het niet gewoon?
Grieke Forceville, directrice van het CPZ: “Zelfmoordpreventie berust op 3 pijlers. Eén: Mensen, zelfs in een ernstige suïcidale crisis behouden behoefte aan contact. Ten tweede blijft de wens om te sterven sterk verbonden met de wens om te leven. En tot slot, het proces van zelfmoordgedachte naar -poging of geslaagde zelfmoord, kan op elk moment gestopt worden. Het is vastgesteld dat mensen in crisis openstaan voor alternatieven als zij maar het nodige begrip ontvangen.”
2. Krijgen oproepers dan niet het nodige begrip van hun omgeving?
Grieke: “Vaak niet. Dat is ook te verstaan. Niemand wil dat een nabij iemand aan zelfdoding denkt, de stap naar ontkenning en negeren van de doodswens is dan ook snel gezet.”
3. Breng je mensen niet op ideeën door uitdrukkelijk over zelfmoord te praten?
Grieke: “Zeker niet! Door met mensen over zelfdoding te praten, ben je als het ware een spiegel voor hen. Je speelt het gehoorde terug waardoor mensen worden geholpen om nieuwe nuances te zien. Aan de Zelfmoordlijn helpen we hen om de dingen op een rijtje te zetten.”
4. Is zelfmoord geen impulsieve wanhoopsdaad?
Grieke: “Suïcidaal gedrag is zelden geheel rationeel of geheel impulsief. Wie tot zelfdoding komt, heeft een gans proces van gedachten naar daad afgelegd. Meestal denken mensen er al langer over na. Ze hebben eerst andere altnernatieven overwogen en wanneer deze niet blijken te werken, stapt men over naar de oplossing die aan alles een eind maakt.”
5. Jullie bestaan al 25 jaar en hebben dus heel wat ervaring opgebouwd. Wat is het geheim van jullie gesprekken? Jullie aanpak werkt.
Grieke: “Bij ons staat de oproeper centraal. Bij de Zelfmoordlijn kan hij vrijuit en in alle anonimiteit praten over zijn gevoelens. Het gebeurt meermaals dat mensen zeggen dat het de eerste keer is dat ze 'dit' of 'dat' kwijt konden. Onze vrijwillige beantwoorders worden dan ook deskundig opgeleid door mensen die zelf reeds een jarenlange ervaring aan de Zelfmoordlijn hebben opgebouwd. In de opleiding ligt de klemtoon op het empathisch zijn of het inlevingsvermogen.”
6. Moet je als vrijwilliger iemand kennen die aan zelfmoord gestorven is, zodat je je beter kunt inleven in de situatie van de oproeper?
Grieke: “Het is een misverstand te denken dat enkel mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, kunnen begrijpen wat een ander in pijn doormaakt. Bovendien, ook al heb je een gelijkaardig iets meegemaakt, elk gevoel van pijn of hopeloosheid blijft erg individueel gekleurd.”
7. Hoe ga je als vrijwilliger om met de gedachte dat bellers hopeloos zijn en dood willen?
Grieke: “Als mens vind je het uiteraard erg jammer dat iemand een eind aan zijn leven wil stellen. Maar met medelijden help je niemand verder. Gedurende de opleiding ervaren kandidaat-vrijwilligers dat het begrip voor en de aanvaarding van de doodswens cruciaal is voor een goed gesprek.”
8. Maar hoe weet je als vrijwilliger dat je een goed gesprek hebt gehad en de oproeper geholpen hebt?
Grieke: “Vaak voel je zelf aan of een oproeper zich gesteund voelt in het gesprek. Af en toe krijg je duidelijke feedback. En soms krijgen we op het secretariaat wel eens een kaartje in de bus van iemand die ons erg dankbaar is voor de steun die de Zelfmoordlijn hem of haar biedt. Echt zeker van de afloop van een gesprek ben je nooit. Maar in de opleiding wordt ook hieraan aandacht besteedt, zodat je met je eigen gevoelens van machteloosheid en onzekerheid weet om te gaan.”
9. Is vrijwilliger zijn bij de Zelfmoordpreventie moeilijk? Zijn er specifieke kwalificaties vereist?
Grieke: “Nee, zeker niet. We verwachten wel een open ingesteldheid en een grote luisterbereidheid. Actief luisteren, de techniek waarmee de Zelfmoordlijn werkt, kan iedereen leren. Je hoeft er geen bijzondere voorlopleiding voor gehad te hebben. Je moet geen superman zijn om mensen te helpen. Dat is de boodschap die de vrijwilligerswerking van de Zelfmoordlijn uitdragen. Vrijwilliger zijn bij de Zelfmoordlijn is bovendien erg verrijkend voor jezelf.
10. Waaruit bestaat de cursus? Welke vaardigheden leren jullie precies aan?
Grieke: “Aan de hand van gespreksoefeningen en rollenspelen worden de kandidaat-vrijwilligers vertrouwd met de technieken van actief luisteren.”
De vorming omvat tien vormingsavonden. Er zijn verschillende keren per jaar lessenreeksen.
Aan het eind van de vorming volgt er een individuele evaluatie en als die positief is, dan kan de vrijwilliger aan de lijn. We verwachten een engagement van 16 uren wacht per maand (een viertal uren per week). Ook verwachten we één nachtpermanentie om de zes weken.
Vrijwilligers kunnen altijd een beroep doen op drie voltijdse krachten. Maandelijks zijn er oproepbesprekingen of intervisies en regelmatig zijn er momenten van permanente vorming. Jaarlijks worden functioneringsgesprekken gehouden.”
Grieke: “In ruil voor dit engagement voorzien we in een degelijke begeleiding. We vinden het ook belangrijk om momenten van ontmoeting en ontspanning aan te bieden, zodat het werk - dat toch niet altijd evident is -aangenaam blijft.”
Zowel de vorming als het beantwoorden gaan door in hartje Brussel in de lokalen van het secretariaat van het Centrum ter Preventie van Zelfmoord.
Meer info:
Secretariaat van het Centrum ter Preventie van Zelfmoord: 02/649 62 05 of cpz@zelfmoordpreventie.be.
http://www.zelfmoordpreventie.be
|