ziektes:Zoektocht naar de oorzaken van de ziekte van Alzheimer : De ziekte van Alzheimer lijkt meerdere oorzaken te hebben en wetenschappers zijn de potentiële oorzaken langzaam aan het ontrafelen. Veel wetenschappers veronderstellen dat Alzheimer resulteert uit een complexe interactie van omgevingsfactoren, levensstijlkeuzes en aangetaste genen en proteïnes.
Stephen Snyder (National Institute on Aging, US) stelt dat de oorzaken waarschijnlijk kunnen worden gevonden in 5 of 6 genen en een dozijn proteïnes, en zeker niet enkel in de ophopingen van het beta-amyloid proteïne (de zogenaamde “plaques”) die in het verleden het meeste aandacht hebben gekregen.
De tekenen van Alzheimer in de hersenen zijn de zogenaamde “plaques” (ophopingen van amyloid-proteïne), “tangles” (neurfibrillaire knopen bestaande uit tau-proteïne) en het progressieve afsterven van zenuwcellen, neuronen genaamd.
Early-onset Alzheimer, de zeldzame vorm van de aandoening bij dertigers, veertigers of vijftigers, wordt veroorzaakt door mutaties in drie genen die de productie van beta-amyloid veroorzaken. Bij het type Alzheimer dat mensen na de leeftijd van zestig treft is geen enkel van deze drie genen betrokken.
Tot op heden werden twee belangrijke genetische veranderingen gelinkt aan Alzheimer op oudere leeftijd en men is er nog vier of vijf andere op het spoor. Deze mutaties veroorzaken echter de ziekte niet, maar verhogen eerder het risico op het ontwikkelen ervan.
De belangrijkste verdachte in het onderzoek naar een oorzaak blijft het proteïne beta-amyloid, gezien zijn duidelijke betrokkenheid bij early-onset Alzheimer en zijn grote aanwezigheid in hersenen aangetast door Alzheimer. Veel van het amyloid-onderzoek verwijderd zich verder van de zogenaamde plaques om zich te focussen op kleinere clusters die nog altijd kunnen worden opgelost door het lichaam. De plaques zijn problematisch voor onderzoekers omdat ze ook voorkomen bij mensen zonder symptomen van Alzheimer en niet goed correleren met geheugenproblemen. Sommige wetenschappers suggereren dat plaques een defensieve respons kunnen zijn, en dus eerder een effect dan een oorzaak. De kleinere clusters correleren echter wel nauw met een vermindering van het geheugen, zelfs voordat plaques en tangles verschijnen, overeenkomstig onderzoek bij muizen.
Een kleinere groep wetenschappers beschouwt het tau-proteïne nog steeds als de ware schuldige. Bij gezonde mensen functioneert tau in de ondersteuning van een buisje in neuronen die het doorsturen van zenuwimpulsen mogelijk maakt. Bij Alzheimer-patiënten is de tau misvormd en verzamelt deze zich in tangles, die het in elkaar vallen van het neuron veroorzaken. Deze tangles zouden beter correleren dan de plaques met de ernst van Alzheimer. Onderzoek toont dat mensen met milde cognitieve schade (vaak een voorloper van Alzheimer) tau-tangles hebben, maar geen amyloid-plaques. Ander onderzoek bij muizen suggereert echter dat het tau het beta-amyloid nodig heeft om zijn ergste schade aan de hersenen te kunnen aanrichten.
Peter Davies (Albert Einstein College of Medicine, New York) meent dat de aandoening begint nog voor problemen met tau en amyloid zichtbaar worden. Hij voert de ziekte terug tot een aantal potentiële beschadigingen – zoals beroerte, hoofdletsels of insulineproblemen – waarvan hij meent dat ze zenuwcellen aanzetten om te proberen te delen. Maar in tegenstelling tot andere cellen kunnen neuronen niet delen, en sterven in het proces van hun poging tot deling. In deze theorie is het deze abnormale actie van neuronen die aanleiding vormt tot plaques en tangles.
Alhoewel het bewijs voor de celcyclus-theorie nog altijd zwak is, onderzoeken veel wetenschappers mogelijke ‘beschadigingen’ aan de hersenen die abnormale amyloid en tau kunnen veroorzaken, of die het verslechteren van de ziekte kunnen bespoedigen. Beroerte, ernstig hoofdtrauma, diabetes en een sedentaire levensstijl zijn bijvoorbeeld allemaal geassocieerd met een groter risico op het ontwikkelen van Alzheimer.
William Thies (National Alzheimer’s Association, US) vermoedt dat de oorsprong van de aandoening te vinden is in de levensstress.
Brown Medical School (US) brengt insuline in het middelpunt van de belangstelling. Men vond abnormaal lage niveaus van insuline en insuline groeifactoren in delen van de hersenen die het meest waren aangetast door Alzheimer, en men vond dat deze lage niveaus bijdroegen tot “brain rotting”. Eerder onderzoek toonde aan dat insuline helpt bij het reguleren van amyloid en de vorming van destructieve vormen van tau helpt te voorkomen. Studies vonden tevens dat mensen met type 2 diabetes, waarbij de cellen ongevoelig worden voor insuline, een groter risico lopen op het ontwikkelen van Alzheimer.
Ander werk focust op de schade veroorzaakt door destructieve zuurstofmolecules die in het lichaam worden gecreëerd bij omzetting van voeding in energie. Hierbij suggereert men dat deze schade, en de ontsteking die het veroorzaakt, de accumulatie van beta-amyloid kan veroorzaken, die op zijn beurt meer zuurstof-gerelateerde schade kan veroorzaken. Studies vonden eveneens dat mensen die om andere redenen anti-inflammatoire medicatie gebruikten een lager risico liepen op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Eén experiment waarbij deze medicatie werd getest als behandeling voor gematigde Alzheimer vond echter geen voordeel, en een preventie-trial werd vorig jaar stopgezet nadat de gebruikte medicatie werd gelinkt aan een verhoogd risico op hartaanval.
Tom Montine (Univerity of Washington) ziet echter nog heel wat onduidelijkheid in de causaliteit en stelt dat het nog onduidelijk is wat het eerst komt, de inflammatie of de accumulatie van beta-amyloid en tau.
http://www.dementie.be
|